Overige projecten
Sensibilisering verkeersdeelnemers

De verschillen in verkeersregels zorgen in de grensstreek vaak voor verkeersonveilige situaties en ongevallen. Wist u bijvoorbeeld dat je in België vóór 2007 uw voorrang aan een kruispunt verloor indien je stopte? En dat in wielergek België een groep van 50 wielertoeristen met 2 naast elkaar op de weg mogen fietsen, ook al is er een fietspad (wat in 'streng georganiseerd fietsend' Nederland ondenkbaar zou zijn)?
Die verschillen, hoe klein ze soms ook lijken, zorgen in de grensstreek voor een aantoonbaar groter aantal ongevallen en kleine incidenten. Niet alleen kan dat de verkeersdeelnemers in de grensstreek in gevaar brengen, er zijn ook de kosten van schade bij kleinschalige aanrijdingen of de irritatie in het verkeer bij niet-correct verkeersgedrag.
Dit gaf in 2003 aanleiding voor een grootschalig project rond sensibilisering van verkeersdeelnemers. Bedoeling was om via Interreg een groot deel van de financiering te verkrijgen. Dat bleek niet te lukken, wegens Europese regels die helaas zonder succes werden aangevochten door de Scheldemondraad. Maar, de euregio ging niet bij de pakken neerzitten en de provincies hebben zelf de volledige financiering bijeengebracht. Daarvoor is de verkeersveiligheid van Vlamingen en Zeeuwen in de grensstreek van te groot belang.
De doelstelling van dit project was het ontwikkelen van een sensibilisatiecampagne om het probleem in de grensregio in te dijken. Om deze doelstelling zo succesvol mogelijk te realiseren, werd er beslist het project in drie fases uit te voeren; een inventarisatiefase, een ontwikkelingsfase en een uitvoeringsfase.
In de inventarisatiefase werden Belgische en Nederlandse verkeersdeskundigen geïnterviewd en ongevallenanalyses op basis van Belgische en Nederlandse data (officiële cijfers en processen-verbaal) opgemaakt. De gebruikte gegevens werden aangereikt door de Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV) en het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV). De analyseresultaten werden uiteindelijk vergeleken en geanalyseerd volgens de wettelijke kaders in beide landen. Hoewel het typeren van ongevallen niet evident was, werd er toch een onderscheid gemaakt. Samen met de conclusie van dit eerste projectgedeelte werden er aanbevelingen geformuleerd.
De tweede fase kon meteen van start gaan met behulp van de aanbevelingen. Er werd een mix van communicatiestrategieën uitgewerkt om Belgen en Nederlanders in de grensstreek te informeren over en te sensibiliseren voor de verkeersproblemen. Alle verkeersregels werden in kaart gebracht en met behulp van folderdrukwerk, radio- en televisiespots en grensoverschrijdende verkeerscampagnes bekendgemaakt. Om de communicatie tussen de partners en hun synergie te stimuleren, werd op regelmatige tijdstippen vergaderd. Ongeveer een keer per maand zaten beide projectpartners rond de tafel om activiteiten te ontwikkelen en op elkaar af te stemmen.
In de derde fase werd dan uiteindelijk de ontwikkelde communicatiemix uitgevoerd. Met behulp van twee campagnes werd de derde fase uitgevoerd. Deze startmanifestaties werden georganiseerd in de grensstreek. Er werd een folder verspreid ("Spreken we dezelfde taal in het verkeer?") en een website ontwikkeld (www.grensverkeer.be of www.grensverkeer.nl). Boegbeelden van de campagne waren "10 voor Taal" presentatoren Anita Witzier en Marcel Vanthilt. Zij waren te zien op grote billboards van het project langs de wegen in de Vlaams-Zeeuwse grensstreek.
Lace Tap

Voor de periode 1996-2001 had de Europese Unie het programma Lace-Tap georganiseerd. Bedoeling was om de grensoverschrijdende samenwerking in het kader van het Interreg-programma te promoten. In dat verband werd er een decentrale structuur opgericht van bureaus en antennes in een aantal grensregio's en in Brussel. Zij moesten een Europees netwerk opzetten tussen de verschillende grensregio's.
Binnen de Euregio Scheldemond opende de Oost-Vlaamse gedeputeerde Paul Wille, destijds gedeputeerde voor grensoverschrijdende samenwerking, in 1997 een Lace-antenne Euregio Scheldemond. Vanuit Gent bestreek de antenne een werkgebied dat zich uitstrekte van de provincie Zeeland tot het Franse departement Seine-Maritime en van het Britse County Suffolk tot de provincie Oost-Vlaanderen. De antenne werkte nauw samen met de Lace-bureaus in Straatsburg, Brussel en Gronau (bij de EUREGIO).
De Gentse Lace-antenne medewerker verzamelde informatie over praktijkvoorbeelden van grensoverschrijdende samenwerking en verleende technische assistentie aan die structuren die betrokken zijn bij grensoverschrijdende samenwerking. De antennemedewerker organiseerde thematische studiedagen, werkbezoeken en ontmoetingen tussen de verschillende actoren, die zo interessante contacten konden leggen en bruikbare ervaringen uitwisselen.
